Faeröer eilanden, een waar Scandinavisch paradijs op aarde


Bij Scandinavië moeten de meeste mensen waarschijnlijk aan Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland denken. Maar een van de mooiste gebieden, de Faeröer eilanden, komen minder vaak naar voren. Dat terwijl de eilandengroep een unieke cultuur en natuur heeft die nog door velen onontdekt is. Ideaal voor natuur- en wandelliefhebbers met een hart voor Scandinavië.

Unieke Deense eilandengroep

De Faeröer eilanden bestaat uit 18 eilanden waarvan er 17 bewoond zijn. De hoofdstad Tórshavn ligt op het grootste eiland, Streymoy. De eilanden liggen ten westen van de Noorse kust, en ten zuid-oosten van IJsland. De eilandengroep hoort officieel bij Denemarken, maar heeft al jaren zelfbestuur. Liefhebbers van een zonvakantie hoeven geen ticket naar de Faeröer te boeken, het regent er 288 dagen per jaar en de temperatuur in de zomer is er zo’n 11 graden. De Noorse Vikingen ontdekten het eiland in de negende eeuw en sindsdien is het vooral door Noren bewoond. Desondanks is het uiteindelijk in Deense handen gekomen.

Groene vlaktes, steile kliffen

De natuur op de eilandengroep doet nog het meest denken aan de Ierse kust. Grote groene vlaktes die eindigen in steile kliffen en een ruige zee. Daarnaast zijn er typische Scandinavische invloeden te vinden zoals de stijl van bebouwing op het eiland en de eetcultuur. De Faeröer zijn een waar walhalla voor vogelspotters. Zo is het eiland Mykines beroemd om zijn populatie papegaaiduikers en zijn er op de overige eilanden genoeg andere bijzondere vogelsoorten te vinden.

80% van de inwoners van de Faeröer leeft van de visserij, daarnaast heeft een groot deel van de bewoners een baan rondom het toerisme op de eilanden. Een van de jaarlijks terugkerende rituelen op het eiland is de jacht op de griend, een soort kleine walvis. Vanwege de brute wijze waarop de grienden worden gedood is er internationaal veel kritiek op deze traditie.

Tags